Naar hoofdmenu

10 Standpunten

 

 

 

1. Stedenbouw en de identiteit van Arnhem.

Het stedenbouwkundig beleid dient gericht te zijn op versterking van de identiteit van Arnhem. Wat is die identiteit? De ligging van de stad op de overgang van de stuwwal en het vlakke land, het stadsgezicht vanuit het Betuweland op de stuwwal en omgekeerd, de vingerstructuur van Noord met woonwijken en parken plus het glooiende karakter, de singels rondom de historische binnenstad, het middeleeuwse stratenpatroon en de monumentale gebouwen in de binnenstad plus de ligging aan de Rijn.

 

Arnhemse stuwwal

 

2. Het is aan de gemeenteraad om de stedenbouwkundige ontwikkeling te bepalen.

De gemeenteraad dient de regie in handen te houden bij de stedenbouwkundige plannen. Gewaakt moet worden tegen overheersende invloed van projectontwikkelaars. Hun streven is primair van commerciële aard. De gemeente heeft de zorg voor de goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad mag niet voor voldongen feiten worden geplaatst door toezeggingen die in het voortraject (door wethouders) zijn gedaan.

 

Zorg voor goede ruimtelijke ordening

 

3. Geen “postzegelstedenbouw”.

Ruimtelijke plannen, die consequenties hebben die het plangebied overstijgen, moeten in een breed kader worden beoordeeld. Geen verbrokkelde stedenbouw. Het mag niet zo zijn, dat een nieuwe ontwikkeling in een bepaald gebied, verloedering of ernstig functieverlies veroorzaakt in andere gebieden. Nodig is integrale afstemming van stedenbouwkundige plannen.

 

Functieverlies Koningstraat

 

4. Binnenstad centraal.

De historische binnenstad is economisch, toeristisch, recreatief en uit het oogpunt van erfgoed van centrale betekenis. Om functieverlies, leegstand e.d. te voorkomen, wordt het winkelgebied compact gehouden. Menging van binnenstadsfuncties is nodig voor de vitaliteit van het stadshart. Uitbreiding van de oppervlakte voor de detailhandel is slechts beperkt mogelijk, gezien de huidige leegstandsproblematiek en de opkomst van internetwinkelen.

 

Binnenstad vitaal

 

5. Ligging aan de Rijn uitbuiten.

De ligging van de binnenstad aan de rivier heeft grote aantrekkelijkheden. De groei van de horeca aan de Rijnkade in de afgelopen periode betekent een zeer positieve ontwikkeling. Aansluiten op die maatschappelijke ontwikkeling ligt voor de hand. Het opwaarderen van de openbare ruimte van de Rijnkade en het creëren van een wervende wandelboulevard van winkelcentrum naar de Rijnkade is stedenbouwkundig zeer gewenst.

 

Ligging aan de Rijn

 

6. Problematiek leegstand gebouwen vergt een aangepast beleid.

De omvangrijke problematiek van leegstand van met name kantoor- en winkelpanden noodzaakt tot een beleid omtrent herbestemming van die gebouwen. Leegstand leidt tot functieverlies en op termijn tot verloedering en moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dat vraagt om een zeer terughoudend beleid ten aanzien van nieuwe plannen voor de bouw van kantoren en winkels. Evenzeer geldt dat voor gebouwen met educatieve en culturele functies.

 

Verloedering

 

7. Karakter als groene stad handhaven.

Arnhem is bekend als de groene stad met veel parken en veel groen in de wijken. Dat groen vereist stringente bescherming en een principieel ruimtelijk beleid, dus geen sluipende afknabbeling. Geen bebouwing in structureel groen: dus niet in parken en in de groene vingers. Het gebied Meinerswijk dient zijn huidige karakter te behouden.

 

Meinerswijk natuurgebied

 

8. Geen hoogbouw op verkeerde plekken.

Het unieke landschappelijke karakter van Arnhem mag niet (méér) worden vernield door hoogbouw op verkeerde plekken. Nieuwbouw in het stadscentrum mag door hoogte en bouwmassa het zicht op de stuwwal niet belemmeren en het karakter van de binnenstad niet “overschaduwen”, maar dient in hoogte en volume aan te sluiten op de binnenstad om zo het bestaande karakter van de stad te versterken.

 

Kolos op verkeerde plaats

 

9. Stedelijk en dorps.

Waar de stad reeds een stedelijk karakter heeft, kan nieuwe stedelijke bebouwing worden toegevoegd. Waar sprake is van een dorpskarakter, mag geen verstedelijking plaatsvinden. Niet commerciële belangen van projectontwikkelaars, maar goede ruimtelijke ordening dient bepalend te zijn.

 

Dorpskarakter handhaven

 

10. Erfgoedbeleid.

Gewaakt moet worden voor het belang van het erfgoed. Het mag niet een restbeleid zijn dat terzijde wordt geschoven vanwege andere belangen zoals commerciële. De waarde van monumentale gebouwen en van archeologie behoort vanaf het begin van een planproces evenwichtig in de belangenafweging te worden betrokken. Na de verwoestingen en sloop van historisch waardevolle objecten in het verleden, moeten we zuinig zijn op de historische objecten van de stad. De geschiedenis van de gebouwde stad moet goed zichtbaar blijven.

 

Gerestaureerd erfgoed